Facebook Instagram Linkedin
Home / Artikelen / Zindelijkheid

Zindelijkheid

Je kind is zindelijk als het zelf kan aangeven wanneer het moet plassen of poepen. Ook moet je kind de plas en poep even op kunnen houden als er geen wc in de buurt is. Het is een vaardigheid, die je kind moet leren, net als lopen, praten, enzovoort. Tot die tijd is het belangrijk om in de gaten te houden wanneer je kunt beginnen met oefenen om op de pot of naar de wc te gaan.

Op welke leeftijd worden kinderen zindelijk?

Elk kind is anders en is op een ander moment klaar om zindelijk te worden. Lichamelijk zou een kind van anderhalf jaar al klaar zijn om te beginnen met zindelijk worden. De meeste kinderen krijgen pas interesse voor zindelijkheid tussen de twee en de drie jaar. Rond de drie jaar zijn de meeste kinderen overdag zindelijk. Wanneer je kind naar de basisschool gaat wordt verwacht dat het op school zindelijk is.

Wanneer begin je met oefenen?

Je begint met het aanbieden van het potje als je kind interesse krijgt in zijn eigen poep en plas. Het heeft dan zelf in de gaten dat het poept en plast en het begint het naar de wc gaan van anderen te bekijken en na te doen. Begin met oefenen in een rustige periode, niet vlak voor bijvoorbeeld spannende (feest)dagen.

Vroeger of later beginnen

Kinderen worden tegenwoordig later zindelijk dan jaren geleden, toen er nog geen wegwerpluiers waren. De comfortabele luiers zorgen ervoor dat je kind geen last heeft van nattigheid tegen zijn billen. Kom nog niet met het potje aan als je kind nog geen interesse heeft in zijn plas of poep. Als kinderen iets moeten doen wat ze eigenlijk niet leuk vinden, gaan ze zich verzetten en hierdoor kan het aanleren van de vaardigheid langer duren. Sommige kinderen vinden het eng om iets in de pot of wc te doen. En doorspoelen maakt ook nog eens herrie. Zelf op de knop mogen drukken helpt vaak om de angst of weerstand te overwinnen.

Uit onderzoek blijkt dat Nederlandse ouders soms te lang wachten met het beginnen van oefenen. Te lang wachten kan ervoor zorgen dat kinderen de interesse weer verliezen. Begin dus altijd op het moment dat je kind er klaar voor is.

Neem de tijd voor het zindelijk worden

Als je met de 'zindelijkheidstraining' begint, zorg dan dat je hier genoeg tijd en aandacht voor neemt. Blijf tijdens het oefenen altijd positief. Geef bijvoorbeeld veel complimenten als je kind zelf naar de wc gaat of op het potje poept of plast.

Pas wel op dat je het zindelijk worden niet forceert. Als het oefenen niet lukt, is dit helemaal niet erg. Wacht dan nog even en probeer het later opnieuw. Elk kind is namelijk anders!

Kalender

Als het je kind regelmatig lukt de hele dag een droog te blijven, kun je het zindelijk worden stimuleren met een (zelfgemaakte) kalender. Na een droge dag mag je kind daar een zonnetje op tekenen. Als de kalender vol zonnetjes staat (bijvoorbeeld een week lang) kun je dat vieren met het uitzoeken van een mooi onderbroekje.

's Nachts zindelijk

Is je peuter overdag zindelijk? Dan duurt het meestal een paar maanden voordat de luier ook 's nachts droog blijft.

Tip: laat je peuter voor het slapengaan nog even proberen om te plassen.

Als je kind vier of vijf keer achter elkaar wakker wordt met een droge luier, kun je proberen om de luier weg te laten. Als je kind het leuk vindt, is dit ook het moment om weer een kalender met zonnetjes te maken. Blijft je kind 's nachts een paar weken droog, dan vind je een nieuwe dekbedhoes misschien een leuke beloning.

De meeste kinderen worden tussen het derde en vierde jaar 's nachts zindelijk. Sommige kinderen van 5 jaar of ouder worden 's nachts nog niet wakker van een volle blaas. Ongeveer 15 procent van de kinderen tussen de 5 en 6 jaar plast een of meerdere keren per week in bed.

Voor meer tips en vragen kun je altijd contact opnemen met de Jeugdgezondheidszorg.

Keurmerk Opvoedinformatie Nederland
Opvoedinformatie Nederland
Opvoedinformatie Nederland zorgt er met jongeren en deskundigen uit de wetenschap en praktijk voor dat deze informatie betrouwbaar en actueel blijft.

NOG NIET GEVONDEN WAAR JE NAAR ZOCHT?